Column Huub Vermeulen: Elektrisch racen

Tot nu toe had ik nooit in een elektrische auto gereden. Geen behoefte aan, ook. Te zwaar, snel leeg en hoe krijg je een gevaarte van meer dan 1750 kg de hoek om? Ik polste wel iedere twee jaar mijn autovrienden. Moeten we al over elektrisch nadenken? Ditmaal was het antwoord voor het eerst positief. Niet gelijk iets doen, maar wel kijken. Wat denk je? Verbijsterend. Ik ben best wat gewend na bijna zestig jaar autosport en sta niet bekend als bangig. Nu echter was dat wel aan de orde. Ik heb gereden met een Tesla Model 3, ook in de Performance-versie met bijna alle beschikbare opties. Je weet niet wat je meemaakt. De auto’s waren uitgerust met semi-racebanden van Interstate respectievelijk Nankang in de maat 240 x 18. Vooral de Performance bleek een enorme sprinter. De fabriek geeft aan dat 0-100 km/h in 2,4 seconden kan en alles wijst erop dat hij dat doet. Bij Ferrari hebben ze er niet één die dat evenaart. Daar ben je dus zo, maar dan gaat de auto door met dezelfde versnelling, het hele rechte stuk. Remmen op honderd meter, maar volgens zeggen was zestig meter ook haalbaar. Wát een vertraging. Toch voelt insturen heel normaal; echt bijzonder. Verder beschikt zo’n Tesla over een fenomenaal systeem dat hem laat rijden zonder dat je ergens aankomt en dat fouten corrigeert. Je hoeft dus geen heel ervaren coureur te zijn om er schofterig hard mee te kunnen rijden. Waar de grens ligt weten we nog niet, maar misschien nog wel een heel eind verder. Nu klinken snelle rondetijden heel attractief, maar bij ons gaat het toch vooral om hoe leuk het rijden is. Alles automatiseren, dan gaat de lol er gauw vanaf. Trouwens, hoe lang blijft de accu energie geven?

In ieder geval meer dan dertig minuten, dus een race van tien tot twaalf ligt binnen bereik. Het zou moeten kunnen en de kosten zijn te overzien. Toch rijst de vraag staan hoe leuk we het blijven vinden zodra we er allemaal aan gewend zijn. Ook het snelladen vormt nog een probleem. Daarop is het circuit nog niet ingericht. Er wordt trouwens weinig elektrisch geracet in de wereld. In Zweden en Duitsland draait de NXT Gen Cup met circa twintig heel dure MINI’s en daaromheen een reclamebureau dat het heel belangrijk maakt. Alsof dit de doorslaggevende klasse voor jonge talenten is, van waaruit je zo in de Formule 1 stapt. De realiteit werkt natuurlijk anders. Nog een heel belangrijke klasse is Formule E van de FIA. De grote fabrikanten schrijven identieke auto’s in, die alleen qua kleur van elkaar verschillen, waardoor het lijkt alsof ze ze allemaal zelf hebben ontwikkeld. Er gelden strakke regels om het heel spannend te maken, maar na achttien races op stratencircuits waren er achttien verschillende winnaars. Dat lijkt op afgesproken werk, terwijl toch gewoon sport betreft… of zou het een toneelstuk zijn? In ieder geval houd ik het kijken maar heel kort vol. Een aantal mensen heeft mij betrapt op het feit dat ik in een elektrische auto reed. ‘Jij in een Tesla?’ Alsof ik heel erg was vreemdgegaan. Alsof wij, de racers, heel erg tegen elektrisch zijn. Deels ook vanwege het ontbreken van het geluid van een verbrandingsmotor, terwijl we dat helemaal zo erg niet vinden. In de DNRT-oprichtingsakte van dertig jaar geleden staat dat als wij met veel auto’s veel willen rijden, we dan weinig lawaai moeten maken. Dat past dus uitstekend. Niet dat ik een mooie V8 of V10 met open uitlaat niet kan waarderen, maar dat gaat dus niet. Zoals we het doen, is het toch best goed gelukt. We rijden met een kleine duizend deelnemers en een prachtige cultuur.
Met als omschrijving: kom hier nou niet belangrijk doen, want dat vinden we niet prettig. We willen proberen het elektrisch racen toe te voegen, want autosport moet mee met de moderne tijd, mits het leuk blijft. Voor de duidelijkheid: ik denk wel mee, maar heb niets meer te zeggen. Ik ben adviseur, zowel bj RSZ als DNRT. Met dank aan Mischa Kluin en andere betrokkenen voor het keihard meedenken en meedoen. ■

 

Save Your Cart
Share Your Cart